Neem contact op


Blogs van Taalbureau ZINNIG


Het toneelstuk van haar hele leven

15 maart 2020

De sprankeling in haar ogen ontbrak.

Voor de tweede keer in mijn en haar leven

stonden we tegenover elkaar buiten op mijn terras.

De lichtpuntjes in haar ogen die me van de vorige keer zo waren bijgebleven, kon ik dit keer niet ontdekken.

Ze hadden plaatsgemaakt voor een zekere dofheid.

Ik verwachtte dat ze ieder moment in snikken kon uitbarsten.

De toiletrol die ze tussen al haar spullen had,

zou dan goed van pas komen als ik niet op tijd bij de zakdoekjes was.

Maar ze hield zich sterk, hoeveel kracht had deze vrouw wel niet.

Dit keer richtte ze zich met een duidelijk verzoek tot me:

of haar tas, die ze niet kon meenemen, een tijdje hier mocht staan.

Gelijk vroeg ik me af wat er dan wel niet in die tas zou zitten.

Rampscenario’s van verboden stoffen doemden in mijn hoofd op.

Is dit wel slim om te doen, waartoe leidt het en wat zou er nog meer volgen?

De eerste keer dat ik haar zag, stond ze met een winkelkar vol met tassen op mijn oprit.

Het beeld raakte me, je medemens gun je toch een beter bestaan.

Haar hele leven zat in die winkelkar, haar hele leven was hier.

Alles wat ze had uit Iran, sjouwde ze met zich mee.

Toen ze de tweede keer mijn huis wist te vinden, was de winkelkar niet meegekomen.

Ik probeerde me een voorstelling te maken van haar leven, van haar overleven.

Ik voelde de zwaarte van haar leven,

ik voelde de uitzichtloosheid van haar bestaan.

De weinige spullen die ze bij zich had, bekeek ik met gemengde gevoelens.

Ineens schaamde ik me voor mijn eigen inventaris en ging ik naarstig op zoek naar iets dat ik haar kon geven.

Verder dan een zonnecrème en drinken voor onderweg kwam ik niet.

Want alles van gewicht zou ze ook weer moeten meesjouwen.

Zou ik haar kleding meegeven?

Nee, die was ze net aan het uitsorteren.

Wat voelde ik me beroerd in mijn tuin, omringd door al mijn spullen.

Wat voelde ik me rot vanwege mijn plan om die middag naar de winkel te gaan om nieuwe tuinstoelen uit te zoeken.

Ineens vond ik dat niet meer zo’n leuk plan.

Ik stond in tweestrijd, wat moest ik doen.

Het enige wat ik kon doen, deed ik.

Ik bood garage en berging aan als stalling voor haar spullen.

Want die ene tas bleken nog wat meer tassen te zijn.

Ik bood haar mijn badkamer aan om zich op te frissen,

mijn kraan om haar dorst te lessen

en mijn aanrecht om weer een boterham voor haar te maken net als de eerste keer.

Ik bood haar nog geen fractie van mijn leven en daar voelde ik me niet goed bij.

Weer raakte de dofheid van haar ogen mij.

De pijn in haar lijf.

Ze wilde me maar haar spullen aanbieden als cadeau,

maar ik kon niks aannemen voor mijn gevoel.

Alleen een zak dropjes nam ik met een glimlach in ontvangst.

Ik hoopte zo dat ze haar spullen kan gaan stallen

In iets dat van haar zelf is.

Dat ze een huis gaat vinden dat ze tot haar thuis kan maken.

Ondertussen probeerde zij haar hoofd koel te houden, letterlijk en figuurlijk, bij het verdelen van haar spullen

Wat moest mee, wat liet ze hier achter.

Op mijn terras speelde de inhoud van haar tassen het toneelstuk van haar hele leven.

Onderwerpen te kust en te keur

14 februari 2020

Is het beroepsdeformatie of zou ik het ook hebben als ik geen schrijver zou zijn?

Mijn hoofd vult zich gedurende de dag met mogelijke onderwerpen waarover ik kan schrijven. Ik hoef maar ergens te komen, met iemand te praten of ergens iets te lezen, of ik zie er wel een onderwerp in waarover ik zelf meer te weten wil komen of waarover ik zelf wil schrijven.

Ik vraag me af of ik dit vroeger ook al had. Eerlijk gezegd denk ik niet. Het is net zoiets als dat je op zoek bent naar een andere auto van een bepaald merk en dat je dan ineens overal dat soort auto’s ziet rondrijden. Alsof ze ineens in grote getalen van de ​loopband afgerold zijn. Je blik valt er nu op omdat je er bewust en onbewust veel mee bezig bent. Zo zal dat bij mij nu ook zijn met mijn schrijfonderwerpen.

Als ik, al dan niet in gezelschap, aan de wandel ben, overkomt het me geregeld dat ik iemand ontmoet die voor mij ‘schrijfmateriaal’ is. Als je het zo leest, klinkt het wel heel oneerbiedig, maar zo bedoel ik het niet. Het is me geregeld overkomen dat artikelideeën ontstonden door een toevallig gesprek in het wild, om het maar zo te zeggen. Dan had ik natuurlijk geen pen en papier of een visitekaartje bij me. Want, laat ik het maar verklappen, ik ben waarschijnlijk de laatste der Mohikanen die niet altijd dat soort spullen bij zich heeft als ze op pad gaat. Je hebt het niet van mij, maar als je je telefoon thuis laat als je op pad bent, ben je echt helemaal vrij. Ik kan dat iedereen bij tijd en wijle van harte aanbevelen. Het is echt een luxe.

Die luxe blijf ik me zo nu en dan permitteren. Toch zal ik ook geregeld maar mijn fototoestel, schrijfblokje, pen en een paar visitekaartjes meenemen. Het blijkt in de praktijk toch wel handig te zijn. Die spullen vormen nog eens een goede bodem voor mijn rugzak als ik aan de wandel ben. Het is allemaal onder het mom van ‘liever mee verlegen dan om verlegen’, een uitdrukking die ik tot nu toe vooral associeerde met een extra vestje, een plu of regenkleding. Maar omdat mijn horizon ook flink verbreed is, bekijk ik ook dat nu in een breder perspectief. Je moet een beetje met je tijd, of beter gezegd je werk meegaan.

Juist omdat ik schrijf, is mijn horizon verrijkt. Hopelijk verbreed ik ook het blikveld van mijn lezers. Waar ik ook kom, onbewust loop ik geregeld met een andere blik rond. Sinds ik voor L-magazine werk, is het helemaal raak. Zeker als je weet dat ik voor de rubrieken ‘Kom binnen’ en ‘Lekker weekend’ schrijf en sinds kort ook voor ‘Dierbaar’. Loop ik door een straat, dan bezie ik huizen met een heel andere visie dan voorheen. Een aparte architectonische stijl, een historisch pand of juist een Villa Kakelbont, ik ben er gek op. Wie zouden de bewoners zijn, hoe zouden ze wonen. Zomaar een paar vragen die dan bij me opkomen. Misschien trek ik de volgende keer wel de stoute schoenen aan en vraag ik of ik hen over hun huis of hobby mag interviewen.

Mijn motto is en blijft dat iedereen wel een verhaal te vertellen heeft. Nu moet ik alleen nog een manier verzinnen dat ook andere mensen dat te weten komen.

Taalspelletjes

15 januari 2020

Vroeger was ik fanatiek liefhebber van allerlei taalspelletjes. Ik was niet weg te slaan bij de televisie als ‘Tien voor taal’ van Robert Long, ’Boggle’ met Frank Kramer en ‘Lingo’ erop te zien waren.

Vooral bij ‘Tien voor taal’ zat ik op het puntje van mijn stoel. Dat het bij dit spel ook nog ging om een strijd met de Vlamingen maakte het extra spannend. Helaas bleek toch vaak dat de Vlamingen beter in dit spel waren dan de deelnemende Nederlanders. Maar dat maakte mijn taalplezier er gelukkig niet minder om. Ik herinner me nog dat ik op kamers woonde en mijn leerwerk steevast onderbrak om dit spel op televisie te zien. Na deze opfrisser kon ik daarna weer goedgemutst aan de slag met mijn werkzaamheden. Mooie herinneringen.


Scrabble

Natuurlijk hadden we ook taalbordspellen in huis. Zoals het klassieke ‘Scrabble’ waarbij het doel is om zoveel mogelijk woorden te maken met de hoogst mogelijke letterwaarde. Een tijdloos spel. En dan maar hopen dat je niet de letters ‘x’ of ‘q’ raapte. Want welk woord moest je daarvan maken? Nu nog roep ik wel eens bij een woord dat lang is dat het een perfect Scrabble-woord is. Wat te denken van ‘anderhalvemetersamenleving’. Past dat wel op het Scrabble-bord?


Dingbats

Maar het meest originele taalspel was toch wel Dingbats. Een spel met cryptische verbeeldingen en omschrijvingen weergegeven op een hele set kaartjes. Het doel was om die raadsels op te lossen. Echte breinkrakers waren het wel eens. Soms stond het letterlijk op het kaartje, maar je moest het wel zien. Voor mij was het echt toveren met woorden en zinnen.


Vormgeving

De herinnering aan dat spel en de visuele weergave van de raadsels op de kaartjes heb ik laten terugkomen in de vormgeving van mijn website. Daarvoor koos ik omdat taal eigenlijk wel als een rode draad door mijn leven is blijven lopen. De warmrode kleur past wel bij mij, het is een van mijn lievelingskleuren. Misschien wel omdat het een herfstkleur is en omdat ik in dat seizoen geboren ben. Mijn juffrouw in klas één (de huidige groep drie) zei toen ik haar later nog eens tegenkwam dat ze altijd heeft gedacht dat ik iets met taal ging doen. En dat was nog voordat ik aan het werk was.


Cryptisch taalgebruik

In mijn vroegere werk op communicatie-afdelingen had ik er plezier in om ‘cryptisch’ (lees: te moeilijk of te ambtelijk) taalgebruik om te zetten in begrijpelijk Nederlands voor alle doelgroepen. Ofwel 'er chocolade van maken' zoals mijn collega's en ik wel eens gekscherend zeiden. Toch wel iets heel anders dan Dingbats, maar wel in dezelfde lijn. De kaartjes van Dingbats waren soms ook wel heel erg cryptisch. Het was een waar gepuzzel.


Toveren met taal

Ook nu in mijn schrijf- en interviewwerk mag ik graag toveren met de schoonheid van de Nederlandse taal. Met een opleiding literair schrijven heb ik mijn schrijfhorizon verder verbreed. Die van anderen verbreed ik ook graag, wie weet wat er nog op mijn pad komt. De lessen taal- en leesplezier op de basisschool zijn zo leuk om te doen, daar krijg ik echt energie van. En ja, ik zal het maar bekennen: stiekem droom ik ervan om ooit nog eens mijn verhalen die op de plank liggen, verder af te maken. En dat misschien wel allemaal dankzij die leuke taalspelletjes van vroeger. Wie zal het zeggen.


Oproep

Wie deed er vroeger ook taalspelletjes en welke? En welke nu? Wat was/is er zo leuk aan en waarom? Laat het me weten. Ik hoor het graag.

0